spelling: verkleinwoorden 1

In deze oefening ga je van de zelfstandig naamwoorden een verkleinwoord maken. Je kunt de uitleg van de verkleinwoorden lezen of je kunt direct de verkleinwoorden in een zin oefenen. Het verkleinwoord krijgt altijd het lidwoord: het.

Vul het lidwoord en het verkleinwoord in.

1: de hand – het

2: het been –

3: het hoofd –

4: de nek –

5: de rug –

6: de vinger -

7: de nagel –

8: de voet –

9: de teen –

10: het oog –

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam