spelling: ei of ij in zinnen 1

In de volgende zinnen staan woorden met 'ei' of 'ij'. 

Schrijf het woord helemaal over en vul de juiste letters in.



1: Madelief en Marjolein zijn twee (m...sjes) en ze zaten in de (tr...n) .

2: Een andere (r...ziger) zei tegen ze dat alle vogels in (m..) een (...) leggen.

3: De (m...den) (z...den) dat ze meer van (...sjes) houden dan van (...eren) .

4: De (m...sjes) waren onderweg naar een (wedstr...d) schieten met (p...l) en boog.

5: Ze waren werkelijk erg zenuwachtig en ze (tw...felden) of ze wel op (t...d) zouden komen.

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam