jufnt2.nl

Verbeter je Nederlands

inloggen

Spelling van het meervoud 

Uitleg

De meeste woorden (zelfstandig naamwoorden) hebben een enkelvoud en een meervoud. 

  • het boek - de boeken
  • de pen - de pennen
  • de tafel - de tafels
  • de groente - de groentes/groenten

Er zijn ook zelfstandig naamwoorden die alleen maar in het meervoud voorkomen (hersenen/ hersens) of alleen in het enkelvoud (zand, politie).


Spelling 

De meeste zelfstandig naamwoorden krijgen in het meervoud -en, sommige woorden krijgen een -s in het meervoud en soms mag het allebei. Er zijn ook meervoudsvormen die heel anders zijn, die moet je uit je hoofd leren. 


Meervoud eindigend op -en

  • het paard - de paarden
  • het beest - de beesten
  • de handdoek - de handdoeken


Soms moet je de laatste letter van het enkelvoud verdubbelen, anders krijg je een verkeerde uitspraak:

  • het pak - de pakken
  • de les - de lessen
  • de pet - de petten


Soms moet je een klinker weglaten:

  • de paal - de palen
  • de beer - de beren
  • de boom - de bomen


Let op als de laatste letter een -s of een -f is, dan krijg je soms in het meervoud een andere letter:

  • het huis - de huizen
  • de neef - de neven


Meervoud eindigend op -s

Het meervoud op -s is eenvoudig, je plakt de -s aan het woord vast. Soms moet er een -'s gebruikt worden bij het meervoud.

  • de beker - de bekers
  • de tafel - de tafels
  • de telefoon - de telefoons
  • taxi - taxi's


Meervoud eindigend op -eren

Het meervoud kan ook eindigen op -eren, dat komt niet zo vaak voor. Dit zijn bijna alle woorden waarbij dat voorkomt:

  • het ei - de eieren
  • het kind - de kinderen
  • het blad - de bladeren/ bladen (van bijvoorbeeld een boom)
  • het kalf - de kalveren
  • het lam - de lammeren
  • het lied - de liederen
  • het rund - de runderen
  • het volk - de volkeren/volken


Leerwoorden

Soms is de uitspraak en de spelling van een meervoudsvorm anders, deze leerwoorden moet je dus echt uit je hoofd leren. Hier staan een aantal voorbeelden: 


  • het schip - de schepen
  • de weg - de wegen
  • het dak - de daken
  • het gat - de gaten
  • het lid - de leden
  • het glas - de glazen
  • de stad - de steden
  • het graf - de graven
  • het slot - de sloten


  • de koe - de koeien
  • de vlo - de vlooien


Maak hier de oefeningen met de meervoudsvormen.



Verbeter je Nederlands voor € 15,- per jaar. 

Volgende

  • oefening naam