spelling: meervoud in zinnen 1

Deze oefening gaat over het meervoud van zelfstandig naamwoorden. Lees eerst de uitleg over het meervoud.

Schrijf de woorden in de zinnen in het meervoud.

1: De (paard) staan in de stal.

2: Ze reisden door verschillende (land) .

3: De (boek) moeten morgen worden gekaft.

4: Ik wil graag dat je alle (stift) in je etui opbergt.

5: Zou jij alle (stoel) willen aanschuiven?

6: Je mag je (voet) niet op de tafel leggen.

7: Doe je (arm) maar in de mouwen van je jas.

8: Alle (hoofd) waren bedekt met warme mutsen.

9: De man pakte een spel (kaart) uit zijn tas.

10: Het meisje had twee (staart) in haar haren.

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam