Spelling van het verkleinwoord

Uitleg

Verkleinwoorden zijn zelfstandig naamwoorden (of soms bijwoorden) waarmee de kleine vorm wordt bedoeld. In de Nederlandse taal worden erg vaak verkleinwoorden gebruikt. 

Bij een verkleinwoordje wordt het lidwoordje ‘het’ gebruikt. Voorbeeldjes: 

  • de kat - het katje
  • het huis - het huisje
  • de tuin - het tuintje
  • de tafel - het tafeltje
  • de pen - het pennetje
  • de boom - het boompje


Meestal -je

De meeste verkleinwoorden krijgen -je achter het zelfstandig naamwoord.

  • de hand - het handje
  • de rups - het rupsje
  • de lamp - het lampje


Vaak -tje

Sommige verkleinwoorden krijgen -tje achter het zelfstandig naamwoord. Als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord een een van de volgende letters is, dan eindigt het verkleinwoord meestal op -tje:      -l, -n, -w, -r, -e, -a, -o, -u. 

  • de kameel - het kameeltje
  • de maan - het maantje
  • de vrouw - het vrouwtje
  • het haar - het haartje
  • de dame - het dametje

Let op: als de laatste letter van het zelfstandig naamwoord eindigt op -a,-o of -u, dan verdubbelt wel de klinker wel.

  • de oma - het omaatje
  • de jojo - het jojootje
  • de paraplu - het parapluutje


Soms -pje

De zelfstandig naamwoorden die eindigen op -m, krijgen meestal -pje bij het verkleinwoord.

  • de boom - het boompje
  • het raam - het raampje
  • de bloem - het bloempje/ het bloemetje


Lastige verkleinwoorden op -etje

Sommige verkleinwoorden zijn toch heel anders, zij eindigen op -etje. Vaak zijn dat zelfstandig naamwoorden met een korte klinker.

  • de bon - het bonnetje
  • de man - het mannetje
  • de ring - het ringetje
  • de bal - het balletje


Lastige verkleinwoorden

Sommige verkleinwoorden krijgen juist een verdubbeling van de klinker of zijn helemaal anders. Zie hier onder:

  • het blad - het blaadje
  • het gat - het gaatje
  • het glas - het glaasje 
  • het pad - het paadje
  • het vat - het vaatje
  • het schip - het scheepje


Hierboven staan de basisregels voor de verkleinwoorden, er zijn nog meer regels van de verkleinwoorden.  Maak de oefeningen van de verkleinwoorden. Oefen ook verkleinwoorden in zinnen en verkleinwoorden in het meervoud.


Volgende

  • oefening naam