spelling: verkleinwoorden in meervoud 1

In deze oefening ga je van de zelfstandig naamwoorden een verkleinwoord maken én je gaat het verkleinwoord in het meervoud zetten. Je kunt eerst de uitleg van de verkleinwoorden lezen.

  • een verkleinwoord krijgt altijd het lidwoord het: het huisje
  • een woord in het meervoud (ook een verkleinwoord) is altijd met de: de huisjes

Vul het verkleinwoord met het goede lidwoord (de) in.

1: de eend – de

2: het paard –

3: het huis –

4: het kuiken –

5: het schaap –

6: de boer –

7: de schuur –

8: het weiland –

9: het varken –

10: de valk –

Voor € 15,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam