spelling: u of uw invullen 1

In deze opdracht vul je steeds 'u' of 'uw' in. Het is handig eerst de uitleg van het bezittelijk voornaamwoord en de uitleg van het persoonlijk voornaamwoord te lezen.

Vul 'u' of 'uw' in.  

1: Heeft daar al gekeken?

2: Wat is postcode?

3: Waar komt vandaan?

4: Is dat kat?

5: houdt toch helemaal niet van katten!

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam