spelling: ei of ij 8

In deze opdracht staan allerlei zinnen met zij of zei

Vul steeds zij of zei in. Let op: soms staan er twee woorden naast elkaar!

1: Wat je?

2: Ik dus dat wel naar me moet luisteren.

3: Tegen wie jij dat?

4: Ik dat tegen haar?

5: En wat ?

6: dat ze dat zou doen.

7: dat?

8: Of jij dat?

9: dat.

10: Oké, als het zegt.

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam