spelling: meervoud naar enkelvoud 1

In deze oefening zie je allemaal zelfstandig naamwoorden in het meervoud staan. Je kunt ook oefeningen maken waarbij je het woord in het meervoud moet zetten

Zet het woord in het enkelvoud en zet daar het goede lidwoord voor (kies uit de of het).

1: de wangen -

2: de borden -

3: de konijnen -

4: de beesten -

5: de dieren -

6: de toetsen -

7: de testen -

8: de proefwerken -

9: de overhoringen -

10: de lampen -

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam