werkwoordspelling: het wederkerend werkwoord invullen 1

In deze opdrachten staan wederkerende werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Lees eerst de uitleg over wederkerende werkwoorden en wederkerende voornaamwoorden. 

Zet het wederkerende werkwoord in de tegenwoordige tijd en vul ook het juiste wederkerende voornaamwoord in.

1: Ik (zich schamen) .

2: Jij (zich schamen) .

3: Hij (zich schamen) .

4: Wij (zich schamen) .

5: Jullie (zich schamen) .

6: De leerlingen (zich schamen) .

7: Ik (zich herinneren) .

8: Jij (zich herinneren) .

9: Hij (zich herinneren) .

10: Wij (zich herinneren) .

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam