werkwoordspelling: scheidbare werkwoorden verleden tijd 1

Vul de juiste vorm van het scheidbare werkwoord. Een ander woord voor een scheidbaar werkwoord is splitsbaar werkwoord. 

Let op: alle werkwoorden moeten in de verleden tijd komen te staan.

1: Jessy (opbellen) haar vriendin .

2: Tim (opeten) zijn boterham .

3: De juf (naroepen) de leerling nog .

4: Sarah (opgeven) het niet .

5: Piet (ophangen) het schilderij .

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam