jufnt2.nl

Verbeter je Nederlands

inloggen

werkwoordspelling: tegenwoordige tijd of verleden tijd 4

In welke tijd staat deze zin? Je kunt steeds kiezen uit twee tijden:

  • tt: tegenwoordige tijd (dat is nu)
  • vt: verleden tijd (dat is al geweest)

Kies bij elke zin de juiste tijd.

Afgesloten oefening.

Deze oefening is afgesloten. Log in om de oefening te kunnen maken of neem een jaarabonnement.

Verbeter je Nederlands voor € 15,- per jaar. 

Inloggen

Volgende

  • oefening naam