werkwoordspelling: werkwoordenrij tegenwoordige tijd 1

In deze opdracht ga je de werkwoordspelling oefenen in rijtjes. Je vult steeds het werkwoord in de juiste vorm in. Als deze opdracht te makkelijk is, kun je ook direct de andere oefeningen van de werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd maken. Lees ook de uitleg van de werkwoordspelling in de tegenwoordige tijd

Zet alle werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

1: rennen

Tegenwoordige tijd
ik
hij/zij
wij

2: bakken

Tegenwoordige tijd
ik
hij/zij
wij

3: zitten

Tegenwoordige tijd
ik
hij/zij
wij

4: liggen

Tegenwoordige tijd
ik
hij/zij
wij

5: komen

Tegenwoordige tijd
ik
hij/zij
wij





Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam