werkwoordspelling: regelmatige werkwoorden verleden tijd 1

Deze opdracht gaat over de werkwoordspelling in de verleden tijd. Lees de uitleg over regelmatige werkwoorden in de verleden tijd. Je kunt ook opdrachten maken over onregelmatige werkwoorden

Schrijf de werkwoorden in de verleden tijd.

1: rennen - ik (rennen)

2: gooien - ik (gooien)

3: voetballen - wij (voetballen)

4: spelen - jij

5: delen - hij

6: gillen - wij

7: praten - ik

8: computeren - ik

9: maken - jij

10: gapen - ik

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam