woordenschat: werkwoord in uitdrukking 1

In deze zinnen zijn allerlei uitdrukkingen gebruikt. Oefen hier met de betekenis van de uitdrukkingen.

In de onderstaande zinnen vul je de juiste werkwoordsvorm in. 


1: Pas maar op, hij (splitsen) iedereen altijd iets in de maag.

2: Simon had Jasper in de kaart (spelen) .

3: Harry heeft gisteren een zak chips en een fles cola soldaat (maken) .

4: Dat project is helaas op een laag pitje (zetten) .

5: De afkijkende leerling is tegen de lamp (lopen) .

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam