woordenschat: tegenstellingen in zinnen 1

Oefen hier de tegenstellingen in zinnen. Je kunt ook eerst makkelijke oefeningen over tegenstellingen maken.

Een tegenstelling heeft een tegengestelde betekenis. Voorbeelden van tegenstellingen:

  • koud - warm
  • vies - schoon
  • gelukkig - ongelukkig

Sleep de tegenstellingen naar de juiste plaats.

1: Zij is dun en hij is   .

2: Een komkommer is gezond en een donut is   .

3: Wat is jouw kamer vies, maak maar snel   !

4: Het is hier erg donker, doe de gordijnen maar open voor meer   .

5: Helaas heb ik erg weinig familie, jij hebt   familie.

6: Je bent niet dom, je bent juist erg   .

7: Een slak gaat langzaam en een haas gaat   .



dik ongezond licht snel schoon slim veel


Voor € 15,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende

  • oefening naam