Figuurlijk taalgebruik

Uitleg

In de Nederlandse taal wordt veel figuurlijk taalgebruik gebruikt. Bij figuurlijk taalgebruik wordt iets anders bedoeld dan wat er staat. Spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegdes zijn figuurlijk taalgebruik. Voor nieuwkomers is figuurlijk taalgebruik vaak lastig te begrijpen. 


Het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik:

Letterlijk: het staat er precies zoals het is.

  • De muis eet kaas.

Figuurlijk: er wordt iets anders bedoeld dan wat er staat, er wordt dan vaak een beeld gebruikt.

  • spreekwoord: Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.

Dit is een spreekwoord. De betekenis is: als er geen toezicht is doen bijvoorbeeld de kinderen waar ze zin in hebben. 


Letterlijk taalgebruik

Letterlijke betekenis:

  • Het vervelende kind schopt het andere kind tegen zijn kont. 
    • Letterlijk, want het gebeurt dus precies zoals het er staat. Er is een vervelend kind dat een ander kind schopt tegen zijn kont en waarschijnlijk doet hij dat kind pijn.


Figuurlijk taalgebruik

Figuurlijke betekenis:

  • De juf zegt: ‘Die leerling heeft een schop onder zijn kont nodig.’ 
    • Figuurlijk, want er gebeurt iets anders dan wat er staat. Het kind hoeft niet echt een schop te krijgen, maar iemand moet hem/haar streng toespreken zodat hij/zij harder gaat werken. 


Uitdrukkingen, gezegdes en spreekwoorden zijn figuurlijk taalgebruik. Alle talen maken gebruik van figuurlijk taalgebruik. Veel talen hebben prachtige spreekwoorden. Figuurlijk taalgebruik kan een hele zin zijn zoals bij een spreekwoord, maar het kunnen ook stukjes van een zin zijn zoals uitdrukkingen, vergelijkingen en gezegdes.


Voorbeelden van figuurlijk taalgebruik in het Nederlands:

  • De appel valt niet ver van de boom.
  • Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
  • Elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaartje.
  • Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.


  • een appeltje met iemand te schillen hebben
  • onder één hoedje spelen
  • een open deur
  • twee zielen, één gedachte
  • twee handen op één buik


Oefen hier met het verschil tussen figuurlijk taalgebruik en letterlijk taalgebruik.



Volgende

  • oefening naam