woordenschat: vaste voorzetsels invullen 1

Er zijn veel vaste voorzetsels die bij bepaalde werkwoorden horen. In deze opdrachten ga je oefenen met het invullen van deze vaste voorzetsels. Lees de uitleg over voorzetsels en oefen eerst met het herkennen van voorzetsels. 

Vul het juiste vaste voorzetsel in.



1: Hij houdt jou.

2: Anas twijfelt jouw woorden.

3: Ze is gek jou.

4: Praveen verlangt lekker eten.

5: Dina heeft zin het Suikerfeest.

6: Dewi wacht de bus.

7: Baris is kwaad zijn broer.

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam