grammatica: voegwoorden herkennen 1

Voegwoorden of verbindingswoorden plakken zinnen aan elkaar. In deze opdracht staan allemaal samengestelde zinnen, met in iedere zin een voegwoord. Lees eerst de uitleg over voegwoorden. Maak ook de oefeningen waarbij je voegwoord moet invullen. 

Klik het voegwoord in de zinnen aan. 

1: Bart wil nu naar school, maar het regent heel erg hard.

2: Sacha gaat naar school en hij neemt al zijn schoolspullen mee.

3: Lola is vanmorgen naar huis gegaan, omdat ze zich niet lekker voelde.

4: Mark is ziek geworden, omdat hij gisteren zonder jas naar buiten is gegaan.

5: Sadia gaat graag naar school, want ze houdt erg van leren.


Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam