grammatica: betrekkelijk voornaamwoord die of dat 1

In deze opdracht gaat het om het betrekkelijk voornaamwoord die of dat. Het is belangrijk om eerst de uitleg te lezen over het betrekkelijk voornaamwoord.


Vul het juiste betrekkelijk voornaamwoord in, kies uit die of dat.

1: De kat daar loopt, heeft een gebroken poot.

2: De beer in het hok zit, is erg ongelukkig.

3: Het konijn daar rent, is van mijn buurmeisje.

4: De egel daar op de weg wandelt, loopt het risico dat ze over hem heen rijden.

5: Het paard op het dak loopt, is het paard van Sinterklaas.

6: De krokodil in jouw bil beet, had gewoon erg honger.

7: De aap daar boven in de boom zit, heeft een klein banaantje gekregen van de oppasser.

8: De hond los mag lopen, heeft op het gras gepoept.

9: De tijger verliefd was op de leeuw, werd uitgelachen door de andere tijgers.

10: De zalm net nog op mijn bord lag, was echt heel erg lekker.

Bestellen Inloggen

Volgende

  • oefening naam